Posts tonen met het label Politie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Politie. Alle posts tonen

03 februari 2015

Buren en politie. Alweer.

Het was vrijdagavond ongeveer 23.00 uur. Door een enorme knal schrok ik wakker. Of eigenlijk was het meer een dreun. Het leek wel of ons huis er van trilde en ik voelde me even gedesoriënteerd. Toen weer een dreun en gelijk erachteraan zware voetstappen die wegrenden. Naast me kon ik aan de ademhaling van B horen dat hij ook wakker was. Ijsballen. Vanaf de eerste sneeuwvlok, of eigenlijk al lang daarvoor, hield B er al rekening. Vroeg of laat moest het weer misgaan met de buurjongens. En met sneeuw zouden ze de kans om te kunnen treiteren niet laten liggen. 'Nou, slapen kan ik nu wel vergeten.' B ging uit bed en door de muur kon ik horen dat hij zich ging aankleden en naar beneden ging. Ik lag nog steeds stijf van schrik in bed. Gespannen te luisteren of de meiden niet wakker waren geworden of dat er buiten nog iets gebeurde. En ik lag te balen. Dat in een periode waarin het net allemaal aardig op de rit is nu weer door het toedoen van buren onze rust verstoord wordt.

Mijn gedachten worden onderbroken door een nieuwe dreun. Ik spring uit bed en gluur tussen de gordijnen door. Ik hoor ze lachen en zie ze langs de heg wegrennen. Een stuk of vijf jongens. Of nou ja, jongens.. wat betreft leeftijd zijn het misschien mannen, maar daar is dan ook alles mee gezegd.
B komt naar buiten, hij maakt nog gauw zijn veter vast en gaat er achteraan. Om de hoek bij de buren waar we eerder mot mee hadden -zo verteld hij me later- stappen de jongens gauw op hun fiets om weg te racen. Bijna heeft B er één te pakken, maar gelukkig weet de jongen te ontsnappen want wie weet hoe het anders met hem was afgelopen.

Vanuit ons slaapkamerraam blijf ik naar buiten kijken. Ik heb geen zicht op de situatie maar ik hoor het geschreeuw. Ik zie dat onze schuin-overburen wel zicht hebben op de situatie en in hun verlichte kamer door het ramen staan te kijken om te zien wat er gebeurd. Mijn hele lijf rilt inmiddels. Niet alleen van de kou, maar vooral van de spanning. Snel trek ik wat warms aan en kijk weer naar buiten. De schuin-overbuurjongen zie ik van het raam weglopen en naar buiten komen. Rustig loopt hij af op het geschreeuw. Ik ben bang dat hij de groep wil versterken, maar hoor later van B dat hij juist komt om B te sussen. Niet dat zoiets lukt op zo'n moment, maar ik ben toch blij om te horen dat hij dat deed. Terwijl ik de geluiden hoor doe ik schietgebedjes.

Na een poosje zie ik B weer terugkomen en de oprit oplopen. Ik ga gauw naar beneden om naar hem te luistern. Hij is wit van woede. Letterlijk. Ik zie geen kleur meer in zijn gezicht en als ik hem niet zou kennen zou ik bang worden van de blik in zijn ogen. Hij verteld me wat er gebeurd is. Nadat de jongens met de fietsen waren ontkomen liep hij naar de buren om te vragen wie de jongens waren. Dezelfde buren van dit incident dus. Die stonden nog op de oprit om hun visite (de jongens met de fietsen) uit te laten. B vroeg wie de jongens waren maar ze hielden zich van de domme. Vervolgens begint de buurman hem opnieuw uit te dagen. Dreigend met een sneeuwbal en deze heel flauw over B heen gooien. Ook de buurjongen stond hem uit te dagen met een aansteker voor zijn gezicht langs, deze jongen heeft dan ook een zet gekregen. Je moet je voorstellen dat B op dat moment al zo laaiend was dat als de sneeuwbal van de buurman hem geraakt had dat er een ambulance aan te pas had moeten komen. Op het punt dat B had willen weglopen kwamen er opmerkingen als 'nou? wanneer ga je verhuizen dan?' zo wist hij hem precies uit de tent te lokken.

Terwijl B me thuis het verhaal vertelt laait de woede opnieuw op. Dit is zoveel onrecht, hier kunnen ze toch niet zomaar mee wegkomen? 'Ik ga terug!' B loopt naar de achterdeur. 'Doe het nou niet, laten we de politie bellen.' 'De politie? wat doet die nou, die helpen toch nooit!' 'Dat hebben we toch afgesproken de vorige keer, als het dreigde mis te gaan zouden we 112 bellen,'
Ik zie de twijfel bij B. Uiteindelijk pakt hij de telefoon en belt 112. Trillend van woede krijgt hij de politie aan de lijn waar hij zichzelf heel duidelijk maakt over het gooien van ijsballen en dat hij niet voor zichzelf in kan staan. Ik hoor de antwoorden van B en voordat hij goed en wel heeft kunnen vertellen wat er aan de hand is merk ik dat de politie aan de andere kant van de lijn hem zegt dat ze niets gaan doen en gooit B kwaad de telefoon erop. Voor het gooien van ijsballen gaan ze niets doen, einde verhaal. 'Ik ga erheen!' Nog kwader dan hiervoor (als dat kan) gaat B de deur uit. Ik loop naar boven zodat ik in iedergeval nog door het raam kan volgen wat er gebeurt. Dan gaat de huistelefoon en heb ik de politie aan de lijn.

De mevrouw geeft me niet eens de kans om iets te vertellen maar zodra ze begrijpt dat ik 'de vrouw van' ben begint ze. U snapt toch wel dat we met dit weer geen politieauto naar uw dorp laten rijden voor het gooien van ijsballen? Ze zegt het bijna kleinerend alsof we voor de lol bellen. 'Ik denk dat u het niet begrijpt' zeg ik. 'Dit is iets wat al veel langer speelt en waarvoor we al meerdere malen contact hebben gehad met de politie. Mijn man heeft een vorm van autisme en staat door het getreiter van de buren op dit moment niet voor zichzelf in. De laatste keer dat we politie thuis hadden hebben we afgesproken dat we op zo'n moment 112 zouden bellen.' Ondertussen zie ik B weer binnenkomen. Ik kan aan hem zien dat er tussendoor geen confrontatie is geweest. Vermoedelijk waren de buren inmiddels naar binnen en kon hij zichzelf voldoende beheersen en weer naar huis gaan.

Dan geeft de politievrouw een antwoord waar ik nog steeds kwaad om ben. 'Nou mevrouw, als uw man een probleem heeft en niet voor zichzelf in kan staan dan moet hij daarmee maar naar de huisarts, maar niet naar de politie. Wij gaan met deze sneeuw geen auto's naar uw dorp laten rijden voor een paar sneeuwballen.'
Ik stond werkelijk perplex. Heel even was ik er stil van. Toen ging ze haar standpunt ook nog herhalen en verduidelijken en was mijn energie op. Gauw viel ik haar in de rede 'u hebt uw punt gemaakt' en voor ik kon ophangen pakte B nog even gauw de telefoon af 'stuur maar een politieauto en ambulance!' riep hij boos. En toen hing B hij op. Dat ze geen auto beschikbaar hebben dat kan ik me nog voorstellen, maar om ons op zo'n manier af te poeieren..

Je beste vriend. Ammehoela.

B bleef binnen. Ik zette thee en we bleven nog een poos wakker voordat we opnieuw gingen slapen. Hoewel B de dagen daarna de draad enorm knap heeft opgepakt voelt het toch een beetje als terug bij af. De angst voor B om naar buiten te gaan en buren tegen te komen. De extra alertheid bij alle geluiden. De zorg om onze toekomst en alle onzekerheden die er extra meespelen als we willen proberen te verhuizen. Ik hou me eraan vast dat God een plan met ons heeft en ons tot nu toe ook altijd heeft geholpen.

05 augustus 2014

Politie over de vloer

Ik geef de agent voor me een hand en noem mijn naam. Achter mij is de keuken gevuld met een geur van tartaar en maïs. De meiden zitten aan tafel en volgen de instructies op. Blijven zitten en bord leeg eten.
We zijn niet verrast dat er twee politieagenten aankomen. B heeft zelf 112 gebeld. Hij oogstte direct belangstelling bij de meldkamer toen hij het gesprek opende met de zin 'ik sta op het punt mijn buurman iets aan te doen'. Een rustige stem aan de andere kant van de lijn adviseerde om naar binnen te gaan en de deur te sluiten. De angenten werden onze kant op gestuurd. Twee minuten later belden ze zelf nog even om te verzekeren dat ze echt onderweg waren en met tien minuten zouden komen. En nu staan ze binnen.

Terwijl het eten in de keuken afkoelt geef ik de andere agent ook een hand en stel me voor. We lopen naar de kamer en sluiten de tussendeur. De twee agenten in uniform bezetten samen de vierpersoonsbank en wij trekken er een stoel bij. Nadat B heeft uitgelegd dat hij nog een beetje van de schrik moet bijkomen steekt hij van wal. In gedachten zie ik het weer voor me.

Terwijl de meisjes nog met hun koptelefoon voor de televisie zitten en ik achter de pannen sta loopt B de tuin in. Hij roept 'Hé, ga daar eens vanaf!' Terwijl ik richting de tuindeur loop hoor ik hem herhalen 'Ga van mijn kippenhok af!' Met enorm veel herrie is de buurman de heg aan het snoeien. Dat hoorden we al een uur. Maar met één blik in de tuin zie ik het probleem. Voor het achterste stukje heg is hij met één voet op het dak van onze kippenschuur gaan staan.

De buurman reageert niet op het roepen, draait zich net om en gaat verder. Een ogenblik denk ik dat hij het niet hoort. Zijn apparaat maakt immers een vreselijk lawaai en ik verwacht dat hij daarbij gehoorbescherming draagt. Bas loopt achter het hok om in zijn gezichtsveld te komen en pas dan zie ik dat de buurman hem moedwillig negeert.

Ik voel een boosheid in me opborrelen. Voor ik erheen loop maak ik gauw een foto van de situatie. Je weet maar nooit. Dan ga ik de tuin in. Ik zie een tafereel waar mijn hart van breekt. Het is alsof de pestkop van de klas een kwetsbaar jongetje zit te plagen om te zien hoe boos hij kan worden. De boodschap van B is heel oprecht. Ook hij voelt de spanning stijgen en weet dat hij kan ontploffen, maar hij is zo duigelijk. Ga van mijn kippenhok af. Dit kippenhok heeft B eigenhandig gebouwd. Daarvoor heeft hij eerst twee jaar plannen gemaakt en moed verzamelt. Alles zelf uitbedacht en uitgewerkt. Het is zijn trots en op het dakrandje zou hij zelf nog geen teen neerzetten. Daar is het niet voor gemaakt.

De buurman zet zijn heggenschaar uit en staat nu met twee voeten op de rand van het dak. De zaag zet hij met de scherpe kant op het hout en met zijn gewicht staat hij erop te leunen. Inmiddels ben ik laaiend. B geeft het zo duidelijk aan, dit hoeft helemaal niet te escaleren. Hij heeft niets op ons dakje te zoeken, dit is puur treiteren. Ik hoor mezelf nu ook schreeuwen. "Buurman, ga er vanaf!" Terwijl ik met mijn vinger naar zijn tuin wijs zie ik dat mijn hand ervan trilt. De buurjongen hangt inmiddels over de heg alsof het een spannende film is.

De agenten luisteren rustig naar het verhaal. Ze knikken begrijpend en stellen behulpzame vragen om het plaatje voor zich te zien. B kijkt me nu aan en vraagt of ik hem kan aanvullen. Vanaf hier kan hij het zich niet meer helemaal helder herinneren.

Nadat de buurman blijft weigeren om eraf te gaan probeert B met een sprong eigenhandig de voet van de buurman van het dakje te halen, maar dat mislukt. Met een grijns op zijn gezicht gaat de buurman nu een stapje verder. Hij ziet de spanning bij B en hij weet precies wat hij moet zeggen om hem uit de tent te lokken. 'Tsja, ik moest de heg wel snoeien want jij doet het niet'. B staat inmiddels de schelden, maar de buurman staat hoog verheven met een glimlach het spectakel te bekijken. 'Een beetje respect he?' zegt hij dan. B loopt naar de schuur. Gelukkig is hij nog helder genoeg om de bijl te laten liggen, hoewel dat de eerste gedachte is. Hij kiest de bezem en loopt terug. B zegt 'als je zo door gaat dan pak ik je' waarop de buurman hem uitlokt met een lachend 'kom dan'.

Omdat ik zie dat de buurman hier juist op uit is en dat dit helemaal geen zin heeft om iets tegen de buurman te zeggen (schreeuwen) probeer ik nu B weg te halen. De bezem kan ik hem gelukkig afpakken en terwijl zijn ogen vuur spugen stel ik voor dat we de politie bellen en het aan hen overlaten. Ik houd mijn hand voor de ogen van B om het oogcontact met de buurman te verbreken in de hoop dat mijn tekst hem bereikt. In de tuin naast ons hoor ik de buurvrouw zeggen 'kom er nu maar vanaf joh' en de buurman stapt over naar zijn eigen dakje.

B staat nog even te tieren in onze tuin en de buurvrouw laat een luide 'stjongejongejonge' horen. We draaien ons om naar binnen te gaan en de politie te bellen. In de deuropening staat S. Ze heeft meegekeken. 'Het filmpje is afgelopen' zegt ze. Zul je altijd zien. Waar zijn die Ernst en Bobby als je ze nodig hebt. E is naar boven gevlucht. 's Avonds als ik haar naar bed breng staat haar stoel voor het raam en blijkt ze het van bovenaf gevolgd te hebben.

De agenten reageren begripvol op ons verhaal. B heeft verteld van zijn autisme en dat het onmogelijk is zich in te houden als het zover komt. We spreken af om voortaan direct met de politie te bellen, ook bij andere vormen van overlast zoals geluid of ander pestgedrag.

Terwijl B en ik ons prakkie nog opeten belt een van de agenten
op om te vertellen hoe hun bezoek aan de buurman is verlopen. De buurman gaf toe dat hij 'het misschien wel een beetje heeft uitgelokt' en met een 'het was misschien niet zo slim' is het voor hen weer afgedaan en pakken ze hun leven weer op.

Nu wij nog.